Beleidsplan najaar 2010

Geïnspireerd door het werk van Pater Toon van Kessel in Zambia, is door ondergetekenden het initatief genomen om een Nederlandse stichting op te richten die tot doel heeft projecten in zijn naaste omgeving financieel te ondersteunen.

Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Hello world!

Welcome to WordPress.com. This is your first post. Edit or delete it and start blogging!

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Epiloog

 

 

Het zit er alweer op. Zes weken na vertrek, ben ik weer thuis. Vol met indrukken en gedachten. Ik kan terugkijken op een zeer mooie en tevens intensieve reis, waarbij ik veel heb kunnen zien van het land, waarbij ik veel heb kunnen spreken met mensen en waarbij de problemen van dit land duidelijk aan het licht zijn gekomen.

 

Naar mijn idee gaat Zambia gebukt onder vier hoofdproblemen:

 .         

a.       de bevolkingsopbouw van het land: 50% is jonger dan 18 jaar;

b.      de gezondheid van de bevolking; hoge kindersterfte, veel ondervoeding, veel aids, tbc etc;

c.       slechte infrastructuur: slecht onderhouden wegennet, gebrekkig elektriciteits- en telefoonnet;

d.      enorm hoge werkloosheid.

 

ad a.

50% jonger dan 18 jaar betekent, dat 50% van de bevolking geen stemrecht heeft en geen belasting betaalt. Die 50% heeft wel een enorme behoefte aan onderwijs en aan op kinderen gerichte medische verzorging. De groei van het aantal kinderen gaat zodanig hard, dat het voor de Zambiaanse regering onmogelijk is om daar voldoende adequaat op in te spelen met onderwijs en gezondheidszorg. Hoe kom je aan het benodigde aantal leerkrachten, hoe kom je aan de benodigde leslokalen en leermiddelen etc.? Eigen bijdrages van ouders zijn nauwelijks te vragen (20% van deze kinderen heeft overigens geen ouders en zijn wees). Dergelijke inspanningen zouden zelfs voor een land als Nederland niet op te brengen zijn.

Ad b.

De gezondheidssituatie van de mensen vraagt een enorm medisch apparaat. De ondervoeding die op zeer grote schaal voorkomt, de kindersterfte, het enorme aantal gehandicapten dat ontstaat door niet of slecht begeleidde bevallingen, het enorme probleem van aids, de malaria, tbc etc. vraagt om een uitgebreid medisch systeem. Het bestaande systeem is echter zeer basaal en wordt enorm overbelast door de veelheid aan patiënten. Daarnaast is er een enorm gebrek aan personeel. Op vele tienduizenden, soms honderdduizenden inwoners, is slechts een enkele arts beschikbaar.  

Ad c.

Nog steeds zijn vele dorpen verstoken van een goede toegangsweg, van elektriciteit en van telefoon. Daar waar wel een behoorlijke toegangsweg is, wordt deze vaak slecht onderhouden. Het elektriciteitsnet is onbetrouwbaar en datzelfde geldt voor het telefoonnet. Zonder goede infrastructuur blijven mensen verstoken van basisvoorzieningen als gezondheidszorg en onderwijs. Verder blijven ze vaak ook verstoken van toegang tot markten, met andere woorden zij kunnen hun producten niet kwijt (tegen redelijke prijzen). Er wordt door de Zambiaanse overheid en telecombedrijven hard gewerkt om de infrastructuur te verbeteren, maar vanwege allerlei redenen blijft de infrastructuur slecht en vindt ontsluiting van verderweg gelegen dorpen zeer moeizaam plaats.

Ad d. Economisch gezien gaat het op dit moment niet slecht met Zambia. De export van koper, de belangrijkste delfstof, is tot recordhoogten gegroeid en brengt veel deviezen in het laatje. De economische groei bedroeg het afgelopen jaar 4,5% en de Kwacha, de lokale valuta, is in korte tijd zeer sterk in waarde gestegen. Daaruit spreekt vertrouwen! De gemiddelde Zambiaan merkt echter weinig van dit alles. De meeste Zambianen zijn werkloos of verdienen een zeer karig loon. Deze situatie is de laatste jaren niet verbeterd. Dat kan ook niet, want ondanks de aardige economische groeicijfers, is deze groei veel te traag om alle nieuwkomers op de arbeidsmarkt een baan te geven. Dit beeld zal zich de komende jaren voortzetten omdat het aantal nieuwkomers op de arbeidsmarkt steeds sneller zal gaan groeien.

Het is in mijn ogen voor Zambia onmogelijk om snel hogere groeicijfers te halen, omdat Zambia niet in staat is om te concurreren op de wereldmarkt. Op landbouwgebied niet omdat de grootmachten, EU, VS, Japan, hun grenzen dichthouden voor Zambiaanse/Afrikaanse producten. Met andere producten kan Zambia nauwelijks concurreren vanwege gebrek aan kwaliteit, kennis, kapitaal.

 

Is het bovenstaande een somber beeld? Nee, het is slechts de realiteit en het enige dat ik probeer aan te geven is dat Zambia te maken heeft met enorme problemen. Van dat land kan en mag niet verwacht worden dat zij die problemen in haar eentje oplost. Mijn idee is dat de westerse wereld verplicht is Zambia (en andere Afrikaanse landen) te ondersteunen bij de oplossing van die problemen. Dit is geen kwestie van een tienjarenplan. Sommige zaken zijn misschien binnen enkele jaren op te lossen, maar een scheefgegroeide bevolkingsopbouw of gebrek aan concurrentievermogen los je niet met een project op. Mijn idee is dat het rijke westen en het arme Afrika als broer en zus elkaar zouden moeten helpen. Afrika/Zambia maakt de keuzes (inclusief de verkeerde) en het westen ondersteunt hen bij de uitvoering daarvan met kennis en financiële middelen. Gelukkig is er al veel hulp vanuit de westerse overheden en ook door westerse niet-gouvermentele organisaties wordt er veel geld in Afrika gestopt. Maar er is veel meer nodig om de totale bevolking van Afrika betere levensomstandigheden te bieden. Er is meer nodig, niet alleen voor de korte termijn, maar ook voor de lange termijn. Ook individuen kunnen iets betekenen voor Afrika. Dat is duidelijk te zien aan de vele lokale projecten die ik ben tegengekomen. Hulp kan starten met giften aan de diverse private Nederlandse stichtingen die er zijn. Er kan meegeholpen worden aan fundraisingsacties, er kan nagedacht worden over oplossingen in Afrika en sommige zijn zo gelukkig om in Afrika zelf mee te kunnen werken aan projecten!!!

 

Ik hoop dat ik met mijn stukjes in dit weblog mensen heb kunnen interesseren voor Afrika: voor de mooie dingen (de natuur) en voor de problematieken. Het weblog is in ieder geval veel beter gelezen dan ik had verwacht. Tot aan vandaag, dinsdag 14 oktober, hebben 1178 mensen het weblog gelezen.

Ik weet dat veel mensen die het weblog hebben gelezen al geïnspireerd waren door Afrika, misschien heb ik aanvullend ook anderen kunnen inspireren. Graag ben ik bereid mijn verhaal te vertellen en te illustreren daar waar er behoefte aan is.

Wanneer u de problematiek van Afrika echt professioneel ‘belicht’ wilt zien, dan verwijs ik jullie naar het ‘M’blad (Zaterdagbijlage) van NRC Handelsblad, waar in  Februari een uitgebreid verslag zal staan over het wel en wee van zomaar een dorpje in Malawi. De foto’s die in dat dorpje gemaakt zijn door Jan Banning, worden momenteel geëxposeerd in de Kunsthal in Rotterdam, Westzeedijk 341.

 

Ons, Mieke en mij, heeft deze reis heel veel gebracht en voor onze zal deze reis verder gaan…. Ik ben dank verschuldigd aan degenen die het mij hebben mogelijk gemaakt deze ervaringen op te doen. In de eerste plaats geldt dit natuurlijk voor Mieke en de jongens. Zij hebben zich kranig geweerd en wat waren zij (en ik) blij dat ik weer terug was.

Speciale dank ook aan pater Toon van Kessel en aan alle Witte Paters, Missionaries of Africa, die ik ontmoet heb: zeer inspirerend en buitengewoon gastvrij. Dank aan het Diocese van Chipata en aan de bisschop. Dank aan mijn werkgever die mij de tijd gaf. Dank aan iedereen die het weblog heeft gelezen en daarmee mij motiveerde om verder te schrijven. Veel dank aan alles en iedereen die mij geholpen hebben in de voorbereiding en degenen met wie ik in Afrika heb samengewerkt. Tot ziens!

Geplaatst in Uncategorized | 23 reacties

Luangwa Valley project

Onderstaand treffen jullie aan het tekstuele verslag over het jaar 2004/2005 van het Luangwa Valley Project. De afgelopen twee weken ben ik druk bezig geweest met dit project. Eén van de onderdelen was de verslaglegging. Onderstaand verslag is geschreven door het managementteam met een beetje ondersteuning van ondergetekende. Om die reden is het verslag ook in het Engels. Ik neem aan dat jullie kennis van die taal voldoende is om de impact van het project te begrijpen.

 

 

1. Introduction

 It’s a pleasure to offer you the annual report of the Luangwa Valley Project 2004/2005. This annual report
 is somewhat late but the next report over 2005/2006 will follow within a few months.

In this report you find a description of our main activities. The main target of the Luangwa Valley Project is to improve the standard of living of the people in the Luangwa Valley (50.000 people).

From past experience the main problem of the valley has been famine which in a small way the project has tried to help to avoid by creating food reserves and supply of inputs to the areas in need.

The problem of exploitation of the people by the business community  in the supply of essential commodities at exploitative prices is also addressed by the introduction by the Project of the Wholesale which is helping to control the retail prices. 

The other main hindrance of development has been communication in particular the road net work which is seasonal. Since the introduction of the road, bridges rehabilitation, the road net work especially to Chitungulu has improved. If it were not for the disturbance in the previous year the road would have been much better.

 

In this report you find in chapter 2 a brief narrative of our activities including the results. In chapter 3 you find the financial report:
a. Assets and Liabilities
b. Statement of income and expenses.

c. Statement of profit/loss Marketing account.

 

Although it was a hard time we are happy with the results we achieved. For all we have to thank the team, but also the Parish Lundazi and the Diocese Chipata and of course our donors in the Netherlands.

 

 

           Atanazio S.D.Mvula                 Project Manager.

           Benjamin L. Mwale                 Assistant Project Manager

           Isaac M. Banda                        Project Accountant.

           Michael Banda                        Accountant Chipata Diocese.   

           Timeyo Mtonga                       Technician

 

     Lundazi 2nd February 2006.         

2. Narrative


2.1.      In General

In the year 2004/5, we had a very hard time in most of the activities.

A.  In marketing  generally, the poor rains affected the production of both maize and rice and other crops.  

       This also meant that the budget target of our estimate bags could not be reached.

B.    Roads- the sub contracts that were given by the state to maintain the road to Chitungulu made us to pull

       out of the road project, delaying the completion of the project. This has also contributed to deterioration

       of the road condition. But luckily the bridges we constructed are still strong enough to stand the weather

       conditions. It is because of the same that we have been given this year a chance to continue maintaining

       the road.

C.   Education: the process of finding places in colleges was not optimal. But finally we have a way   

       out. We are glad that now more than 38 candidates have been sent to different schools.

D.  Milling- because of the drop in production, not much use was be made of the mill. But
     the weather signs for this year are good. There’s hope for a good next season.
The encouraging thing

       is  that demand is high, there are chances that the price of rice will rise.( this was clear this year )
 E. 
We are proud to say that during this period, we managed to organise and form 4 Multi purpose Co
       -operative Societies. Out of these, 3 have been registered by the Registrar of Co-operative Societies.
F.  
With the cooperation of the whole Team, in the same period, we managed to construct 1 storage  

        shed for a co-operative society, a staff house in Lumimba and managed to sell the produce from the

        markets  without incurring unnecessary losses.

2.2. Particular items

 

Below you find the several items of the project. They are written in alphabetical order.

Marketing-

The aim of the project is to:

1.      encourage production of all crops in the Valley by all families and so to increase their income and to alleviate hunger.

2.      Create a bread basket that will feed the district and raise the standard of living of the Valley people.

We planned that this is only workable if the project can manage to provide the people of the valley with inputs e.g. Fertilizers, good seed and agricultural tools and education in modern agriculture.

From experience we know that paying cash for their produce increases the will to cultivate more.

The introduction of the Co-operatives will now ease the problem of inputs because farmers can now access the government subsidises inputs.

This year alone the valley through the formed societies have managed to buy 784 x 50 kg bags of fertilizers and 1960 kg of maize seed. This involves estimated 300 farmers.

Bonus. This year again we will be able to pay out bonuses to the farmers because we made a profit. This is  especially for confidence building while setting up cooperatives .

With good rains, we expect in 2005/2006 a good yield. We also expect a successful marketing season and that people will have money enough to send their children to school and pay for medical care. 

 

 

Carpentry-

The people of the valley lack skills so we introduced this scheme to provide life skills for both old and young. Due to lack of  advertising and poor communication, the information concerning this programme of training carpenters did not reach many people. With the formation of co-operatives, chances of publicising better are there.

 

The trainees are supposed to make furniture and other items when they are on training. Like now (2005/2006) Lumimba has been contracted to make 400 beehives for a co-operatives in the valley. We have already done the order by the workers we yet have to clear the remaining balance.

 

We have now 17 graduates in tailoring and carpentry. When these trainees graduate, they are expected to form clubs or associations in their own areas to continue with their life skill and that will also help them to generate income for them and their families. This will as well help the communities in the areas where these clubs will be have a cheaper source of furniture and help them have decent homes.

 

Co-operatives-

The people of the valleys have lagged behind in all activities because they lacked combining their efforts.  Each and every one of them was fighting on his/her own. It is hoped that the formation of these societies will help the members to better communicate, and their combined effort will bear fruits in marketing and other enterprises. The project will now find it easy to coordinate all its activities be it in education, marketing, wholesale and other activities.

 

Education-

The basis of any people’s life depends on education. The project has found it a bit difficult to have the valley develop because of the high rate of illiteracy. This is not because the people are incapable but because they lack opportunities to learn. Teacher lack motivation and are poorly trained. The pupils are therefore ill equipped to go through the senior grades at school. All schools in the valley are poorly staffed. Mostly run by volunteers often made up of school drop outs.

 

This has prompted the Project to start a programme to sponsor trainee teachers to Teacher Training Schools or Colleges. The aim is to see that by the end of the programme, the Valley will have trained teachers in most schools. And that the quality of learning that will come out of the valley be comparable to any other district.

 

Because of the afore said, it has been difficult to find capable grade 12 school leavers who have the required entry qualifications for colleges. The previous years we have had difficulties to find these candidates, but this year, there has been a very good change. We have managed to send 19 students for  primary school training and 3 for secondary school training.

 

To ease the problem of finding qualified students to go to colleges, the project has introduced a scheme where it is sponsoring gineous students to high schools so that we create a base for the professionals to be. We have sponsored 5 students.

 

In line to equip valley people with life skills, 17 candidates have been sent to Chipata Craft centre to specialise in Carpentry and tailoring, while 2 have been sent to Chipata Trades are doing mechanics.The composition of these trades persons is such that genda equality is put to use. So far 8 women have been sent for these courses. By end of the programme we want to have women clubs run by well equiped persons. Clubs that will be self sustaining and attached to co-operatives that will be financially and materially independent.

 

Two candidates are ear marked to take an agricultural Course which starts in the month of October 2006. All hope to improve the professional numbers of people to teach our communities in the Valley.

 

Investments-

The aim of the Project is to create food reserves in the valley so that this is sold to people of the valley when their own reserves are finished. This means that some kind of storage facility has got to be created to facilitate this activity.In the same line one shed was constructed in Chifunda and this saved its purpose because in time of crisis we store what ever commodities we may have. In this case agriculture inputs and maize for relief and sales were stored in the new shed. A grand service indeed. The benefits of the storage shed to the community are endless. So the hope that immediatelly after the rainy season the shed at Mwanya will be constructed. Within the Shed is the room for a retail shop which gives the community a continuous servive

 

Rice Mill-

Agriculture being the main business of the Project. The project has to look at ways and means of adding value the produce that it buys from farmers of the valley in the process of marketing what ever we buy. This calls for Agro Industries. The rice mill we have, is doing a commendable job in this line.

 

All the rice we buy is polished by our own mill before selling; the marketing of it is no problem. We are still hoping that one day the ground nuts that are lacking a market will have its value by refining them into cooking oil; which can then be returned back to the valley where it will be in demand  as a finished product. That could help bring down the level of malnutrition. This will also encourage people to produce more groundnuts and other oil seed crops which means additional income to the Valley populace.

 

Road, bridges and rehabilitation.

Communication, accessibility and road net work is “the” key to development. There can be no development without a proper road. The valley has been known for the impassable roads especially the rainy season.

The project tried for two years to raise and rehabilitate bridges but was disturbed the year 2005 because the Government contracted people on the Chitungulu – Lundazi road. The work we did is still alright. We are very happy to report now (2006) that the road has been given to us to continue with the construction works.

 

When the road will be all-weather, we are sure that whatever will be produced in the valley will find a market on the plateau. It will be easy to send patients to the hospital at any time. All in all movement to and fro will be easy.

 

      Wholesale-

The Valley people have been known to have been exploited by the traders for a very long time. The idea of this wholesale project to control the excessive prices charged by the people who had businesses in the valley on essential commodities e.g. soap, sugar, salt etc.

 

The extension of this to retail business to Co-operative societies will be a blessing too; it will bring the essential commodities to the communities in the Valley reducing the exploitative forces. This will mean good business for societies and additional income to members of the societies.

 

      Transport-

The mobility of the team and movement of the goods in and out of the valley indeed depends on the Projects available vehicles. Three years now the old truck has given the Project a lot of problems. It is costing a lot of money and time to maintain. We would like get a new lorry to operate better and carry the fifferent goods that need to be transported.

 

The new land cruiser we have suits the type of roads we have unlike the old one which was giving us problems every time we passed through the water. The only problem we anticipate is that we may over work it because it is involved in so many activities. This calls for an additional vehicle so that supervision of the project business is not affected.

 



Speel online games via MSN Messenger klik hier
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

dieren vs. mensen

Op het moment dat ik dit stukje schrijf bevind ik me in het wildpark Luangwa Valley Zuid. Dit is een enorm natuurreservaat gelegen aan weerszijden van de Luangwa Rivier. Het is een park dat alleen op de kaart zijn begrenzing kent. In werkelijkheid is er geen afscheiding tussen het reservaat en het omliggende gebied.

 

We zijn gisteren en vandaag in het park geweest en hebben daar een groot aantal dieren gezien: een leeuw, veel olifanten, veel antiloopachtigen, enorm veel waterbuffels, veel vogels, apen, nijlpaarden etc. Buiten het park zagen we o.a. olifanten, giraffen én een luipaard. Deze laatste zagen we gisterenavond gewoon op de weg. Eerst zagen we zijn ogen oplichten en vervolgens zagen we het hele beest.

 

De hoeveelheid dieren die we gezien hebben is absoluut indrukwekkend. Ik had geen idee dat er sprake was van de aantallen dieren die wij in slechts enkele uren tijd gezien hebben.

 

Het is een prachtig gezicht om als toerist zoveel dieren te zien. De mensen hier moeten echter met die dieren leven en dan wordt het toch een ander verhaal. Aangezien er geen hekken om de reservaten staan en de mensen dicht bij deze concentraties van dieren wonen, veroorzaken die dieren regelmatig schade aan gewassen, huizen en aan de mensen zelf. De mensen kunnen hier weinig tegen doen aangezien de dieren beschermd zijn. Men kan proberen de dieren weg te jagen door lawaai te maken of met fakkels te zwaaien, maar vaak lukt dat niet. Bovendien kan dat er makkelijk toe leiden dat zo’n dier (een olifant bijvoorbeeld) er door geïrriteerd raakt en in zijn boosheid er een nog grotere puinhoop van maakt. In feite komt het er op neer dat de dieren uitermate goed beschermd zijn, maar dat de mensen en hun goederen
vogelvrij zijn. Schade veroorzaakt door wildlife wordt hier niet vergoed en dat kan betekenen dat een familie volledig geruïneerd wordt wanneer een olifant een nacht lang heeft geparasiteerd op de akker van de familie. Om over het verlies aan mensenlevens nog maar te zwijgen.

Dit heeft er tevens toe geleid dat er grote spanningen bestaan tussen de lokale bevolking en de safarimensen: degenen die safari’s organiseren en de lodges/hotels beheren.

 

Om de bevolking in de Luangwa-vallei enigszins te compenseren voor de schade door wildlife had Toon het idee om een verzekering te maken. Dit idee hebben we de afgelopen week verder uitgewerkt en dat idee tref je onderstaand aan. Het grootste probleem is natuurlijk de financiering van de verzekeringsuitkeringen. Immers de te ontvangen premie is nooit genoeg om de schades uit te kunnen keren. Aanvullende financiering is nodig. Die financiering komt hopelijk voor een deel uit Nederland, maar voor een ander deel hopen we de financiering te vinden bij de safarimensen. Zij zijn gebaat bij dierenbescherming en zij zijn tevens gebaat bij een goede verhouding met de lokale mensen. Daarom voeren we op dit moment, naast het bezoek aan het park, tevens gesprekken met een aantal safarimensen. De eerste gesprekken zijn zeer bemoedigd.

 

Voor de geïnteresseerden, de verzekering zelf ziet er als volgt uit:

A. Verzekerd risico
     Schade veroorzaakt door wild.

B. Verzekeringnemers
     Iedereen die mee wil doen, mits woonachtig in de Luangwa Vallei.

 

C. Verzekerden
De verzekeringnemer en zijn gezinsleden

 

D. Premie: 

     a. 1 tin (18 kg) mais of een equivalent van een ander gewas (rijst, pinda’s, bonen)

     b. te betalen na de oogst (augustus) voor het volgende seizoen

 

E. Verzekerd object

  1. Gewas:
  2. Huis:   
  3. Leven: – overlijden
                – blijvende handicap  geldbedrag om de directe gevolgen te kunnen opvangen                  
                  (vervangende arbeid.)


F. Verzekerd bedrag
a. Gewas max 15 zaken maïs a 50 kg of het equivalent van een ander gewas 
b. Huis     max    1.000.000 Kwacha (circa 300 USdollar)

      c. Leven: overlijdensuitkering man of  vrouw: K 1.000.000
                      overlijdensuitkering kind                : K    250.000
                      uitkering blijvende invaliditeit: maximaal K 1.000.000

F1 Uitkering:
     a. Gewas: in kg van hetzelfde gewas

     b. Huis: in bouwmaterialen
     c. Leven/invaliditeit: in geld

 

               

G. Eigen risico: K 50.000   

  1. Gewas:
  2. Huis    :

c.    Leven : —

 

H. Schadevaststelling
    Door een groep taxateurs bestaande uit:
    – vertegenwoordiger van de chief
    – vertegenwoordiger uit het betreffende dorp
    – lid van het managementteam van het Luangwa Valley Project
  
    met als doel
    – vaststellen oorzaak van de schade
    – vaststellen schadebedrag

 

I. Administratie door het managementteam van de volgende zaken:
    – leden

    – soort risico
    – premieomvang
    – premiebetaling
    – verzekerde bedragen
    – eventuele schadeuitkering

 

J. Reassurance/herverzekeren door externe partijen:

     – safariewereld
     – Nederland

 

Het is een zeer simpele verzekering, maar het zal helpen om de financiële gevolgen van wildschade te dragen. De schadelast zal hoog zijn. We verwachten uiteindelijk per jaar max. 25.000 US dollar te moeten uitkeren (zeer grove schatting) en daarmee worden veel tientallen gezinnen van de financiële ondergang gered.

 


Nieuw op MSN Messenger 7.5: Dynamische achtergronden klik hier
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

weeskinderen

Op een totale bevolking van 9.886.000 personen, is de meerderheid 5.156.000 jonger dan 18 jaar!! Meer dan een vijfde (1.147.614) daarvan is wees!!!

Dit in combinatie met de hoge graad van armoede (70% leeft onder de armoedegrens van 1 USdollar per dag), een werkloosheid van 79% en o.a. de grote impact van HIV/Aids,  maakt dat  het voor Zambia vrijwel onmogelijk is aan de millenniumdoelstellingen van de VN te voldoen (zie de lijst van doelstellingen verderop in dit weblog). Daar komt nog eens bij dat de Zambiaanse overheid er nog steeds niet voor gekozen heeft verbetering van het lot van kinderen als beleidsspeerpunt te nemen. Niet zo heel vreemd wanneer je in ogenschouw neemt dat kinderen geen stemrecht hebben!   

 

Bij het overlijden van hun ouders zijn weeskinderen aangewezen op de hulp van hun familie.

Vaak zijn dit broers of zusters van de overledenen, maar vaak zijn het ook de grootouders die die zorg op zich (moeten) nemen. Deze ‘nieuwe’ ouders (Gardians) krijgen er een zware last bij. Het is voor hen vaak al ondoenlijk om hun eigen kinderen naar school te sturen, laat staan dat zij de kinderen van hun broers/zusters naar school kunnen laten gaan.. Voor de grootouders is dat helemaal ondoenlijk aangezien zij zelf vaak niet in staat zijn te werken (op hun eigen akkertje, want meer werk is er nauwelijks). Die grootouders hadden gedacht dat hun kinderen voor hen konden zorgen, maar nu worden zij geconfronteerd met de zorg voor hun kleinkinderen.

 

Gelukkig zijn er particuliere initiatieven die enige verlichting geven aan de opvoeding van weeskinderen door hun familie. Het ‘adoptieplan Lundazi’ is zo’n initiatief. Dit plan wordt uitgevoerd door Zambiaanse mensen (1 fte te weten mrs. Brenda) en wordt financieel ondersteund vanuit Nederland.   Het adoptieplan biedt ondersteuning aan volle wezen. Het plan faciliteert de schoolloopbaan van die wezen. Zonder die hulp zouden de kinderen dus meestal niet naar school gaan. De hulp bestaat uit betaling van het schoolgeld (bedoeld voor de salarissen van de leerkrachten, boeken etc), het geven van het schooluniform, het geven van voedsel en diverse andere zaken (toiletartikelen, schriften, pennen e.d.).

 

Het adoptieplan ontfermt zich momenteel over 1500 wezen. Deze zijn ‘geadopteerd’ door Nederlandse mensen, die jaarlijks een bepaald bedrag betalen. Zij betalen dit bedrag voor een specifieke jongen of meisje. Jaarlijks wordt de ‘adoptiefouder’ in Nederland geïnformeerd over de schoolprestatie van hun kind. Het te betalen bedrag  wordt voor 99%  doorgegeven aan de wezen. Zie ook www.Lundazi-adoptieplan.nl.

 

Die 1500 wezen omvatten circa de helft van de wezen in de omgeving van Lundazi. Niet alle wezen maken gebruik van het plan: enerzijds niet omdat ze de weg niet weten te vinden, anderzijds niet omdat ook hier de financiële middelen beperkingen opleggen.

Wezen worden aangedragen en beoordeeld door de vrijwilligers van de Barmhartige Samaritaan: dat is een werkgroep binnen bepaalde parochies.

 

Gisteren ben ik mee geweest naar een bijeenkomst waarbij de kinderen hun leermiddelen kregen en het geld om voedsel te kopen. Zo’n 90 kinderen waren aanwezig. Ieder had een tweetal begeleiders bij zich. Een van zijn adoptiefouders en een Samaritaan. Zij hadden zich verzameld op het marktplein wachtend op onze komst. Wat onmiddellijk opvalt wanneer je zo’n groep bij elkaar ziet, is het relatief grote aantal oude mensen. Dat werd later nog eens extra duidelijk toen de opa’s en hun oma’s zich met hun kleinkinderen aan de intakedesk kwamen melden:

 

 

Opa, stokoud, getekend door het leven, hand in hand met zijn kleinzoon, komend naar een wankel tafeltje, in een kerkje in de middle of no-where, om een paar spulletjes te krijgen om zijn kleinschool naar school te sturen.  ‘Thank you sir, thank you Holland!!’  slik!!!

 

Of wat te denken van deze Gardian: man (oom waarschijnlijk) geen werk, 5 wezen onder zijn hoede!!! Hoe moet dat?! En dit is geen uitzondering. Wanneer een gardian wezen onder zijn hoede heeft, dan is het vaak een heel gezin. Een onmogelijke opdracht.

 

Daarom zou het goed zijn wanneer we in Nederland meer wezen zouden kunnen opvangen. Voor een klein bedrag per jaar kunnen die mensen ietsje beter vooruit. Zij hebben niets en geven alles, wij hebben veel en een beetje is al genoeg. Geven is investeren. 

 


Vind alles terug op je PC: MSN Search Toolbar klik hier
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Grote en vooral kleine boeren

Grote en vooral kleine boeren

 

In Zambia zijn enorm veel kleine boeren die een klein beetje vee houden en kleine akkertjes hebben (maximaal 3 hectaren grond). Er zijn een paar grote boeren. Eén van die grote boeren heb ik bezocht toen we in Lusaka waren. Omvang van het betreffende bedrijf: 60 vierkante kilometer. Voor diegenen die niet goed weten wat dat precies voorstelt: 60 vierkante kilometer is gelijk aan 6000 hectaren. Ter vergelijking iemand heeft op het Brabantse zand een groot bedrijf wanneer dat bedrijf een omvang van 60 hectaren heeft!! Op die 6000 hectaren houdt hij 800 stuks vee (voor het vlees). Op de gronden teelt hij maize, aardappelen, bonen en nog wat andere gewassen. De boer kan jaarrond telen omdat hij de beschikking heeft over een drainagesysteem op een deel van zijn grond. Zeer indrukwekkend.

 

In contrast met deze boer, staan de vele kleine boertjes. Hun aantal is niet precies bekend. Wel is bekend dat al die kleintjes tezamen een groot aandeel in de voedselproduktie van Zambia hebben. Van de naar schatting 2.8 miljoen koeien in Zambia, hebben zij er 2.4 miljoen: 87% dus!  Van de 1.2 miljoen geiten, bezitten zij er 1.16. Van de 500.000 varkens, hebben zij er 450.000. Van de schapen tenslotte hebben zij 64%. Deze boeren moeten hun producten onder zeer slechte omstandigheden grootbrengen, slachten en vermarkten. De hygiëne van met name het slachten en vervoeren laat zeer te wensen over. Het gaat hier immers om  producten die levend dan wel geslacht, naar de markt vervoerd moeten worden. Maar de marktwerking is
hier zeer slecht. De markt is ver weg en soms geheel onbereikbaar door de staat van de weg. Snel vervoer is niet mogelijk. Vervoer per vrachtauto is sowieso niet mogelijk omdat dat veel te duur is. De kleine boeren zijn daarom overgeheveld aan (kleine) handelaren. Zij kopen hun handeltje bij elkaar in enkele dagen tijd reizend langs een groot aantal dorpen. Zij brengen vervolgens hun handelswaar naar de dichtstbijzijnde grote weg wachtend op een lege vrachtwagen die hem en zijn handel wil meenemen. Soms moeten zij dagen wachten en daar wordt hun handel, levend of geslacht, niet echt beter van! Vanwege de risico’s die de handelaren lopen (bederf, gewicht verlies, dood vee, ongelukken, beroving etc.) bieden zij zeer weinig voor dieren die te koop worden aangeboden. Aangezien er vaak ook geen vergelijkende biedingen bestaan, zijn de boeren overgeleverd aan de genade van hun handelaren en
dat betekent dat zij een veel te lage prijs krijgen.  Bijvoorbeeld: een geit wordt door een handelaar gekocht van een kleine boer voor Kwacha 15 – 20.000. De handelaar heeft aan transportkosten 5.000 Kwacha. Bij verkoop in de stad levert dit de handelaar 80-120.000 K op. Ook koeien worden voor minder dan 1 miljoen K gekocht en voor meerdere miljoenen in de stad verkocht.

 

Het is zaak om de veel te grote afhankelijkheid van handelaren te verminderen door een betere toegang tot de markt te krijgen. Dat kan alleen wanneer de wegen verbeterd worden, er centrale slacht- en koelhuizen komen, de prijsinformatie verbeterd etc. Zonder pessimistisch te zijn, deze verbeteringen zullen er niet komen. Boeren zullen zich moeten organiseren om ter plekke beter tegenwicht tegen handelaren te bieden. Ook dat is een lastig proces, maar er zijn voorbeeldjes waarin toch gaandeweg zeer lokaal wat bereikt wordt. De cooperatievorming binnen het Luangwa Valley Project is ook zo’n voorbeeldje. De eerste stappen zijn gezet om de marktwerking te verbeteren. Daarover later deze week wat meer informatie.

 


MSN Webmessenger voor als je niet achter je eigen PC zit klik hier
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen